Slechts een kwart van de bushaltes in Overijssel is toegankelijk voor slechtzienden, blinden, mensen met een motorische beperking en mensen in een rolstoel. Dat blijkt uit onderzoek van RTV Oost en de regionale omroepen. De fracties van PvdA, GroenLinks en SP in Provinciale Staten noemen dit “zeer schrijnend”.
“Openbaar vervoer moet voor iedereen toegankelijk zijn,” stellen de drie partijen. “Bovendien is voor mensen met een fysieke of visuele beperking die niet zelfstandig kunnen deelnemen aan het wegverkeer, openbaar vervoer essentieel om deel te kunnen nemen in de samenleving.”
Toegankelijkheid geen bijzaak
Uit de berichtgeving blijkt dat zelfs basisvoorzieningen als ziekenhuizen en gemeentehuizen in veel gevallen niet goed bereikbaar zijn doordat de bushaltes in de buurt niet zijn ingericht voor mensen met een beperking. Gemeenten en provincie geven aan dat het toegankelijk maken van alle haltes te duur is.
Statenleden Emma Peetsma (PvdA), Margriet Leest (GroenLinks) en Herman Kalter (SP) willen van het college weten hoeveel het daadwerkelijk zou kosten om bushaltes in brede zin toegankelijk te maken. Ook vragen zij of het college bereid is om haltes bij essentiële voorzieningen met prioriteit aan te pakken, in samenwerking met gemeenten en andere partners.
VN-verdrag Handicap
Nederland heeft het VN-verdrag Handicap ondertekend. Dat betekent dat uiterlijk in 2040 iedereen zelfstandig en op gelijke voet gebruik moet kunnen maken van het openbaar vervoer. Het houdt ook in dat het toegankelijk maken van bushaltes een verplichting is waar we als Nederland onze handtekening onder hebben gezet. De PvdA, GroenLinks en de SP vragen het college hoe het invulling geeft aan deze verplichting en of het bereid is om op korte termijn met een concreet plan te komen om de toegankelijkheid samen met het Rijk, gemeenten en andere partners versneld aan te pakken.
Daarnaast vragen zij hoe de provincie zich er binnen DOVA (een samenwerkingsverband van decentrale OV-autoriteiten dat o.a. bestaat uit de twaalf provincies) voor inzet dat gegevens over toegankelijkheid actueel en betrouwbaar zijn, en hoe ervaringsdeskundigen structureel worden betrokken bij toekomstig OV-beleid.
“Als we zeggen dat iedereen mee moet kunnen doen, dan moeten we dat ook waarmaken,” aldus de fracties. “Toegankelijk openbaar vervoer is geen extraatje, maar een basisvoorwaarde voor een inclusieve provincie.”